Robert Meijerink is bezeten van zijn vak als programmeur rock en pop in
Doornroosje, zoveel wordt wel duidelijk bij binnenkomst in zijn kantoor.
Talloze posters uit het recente en verre verleden brengen evenzoveel verhalen
naar boven en tonen een man die hartstochtelijk met popmuziek bezig is. Dat
zijn visie en betrokkenheid brede waardering genieten, bleek toen hij vorig
jaar voor de tweede keer werd gekroond tot Programmeur van het jaar. Bovendien
werd ‘zijn’ Doornroosje in januari uitgeroepen tot Poppodium van
het jaar.
|
|
|
Robert Meijerink wil bij elk concert een volle zaal.
foto: archief Doornroosje
|
De 36-jarige Robert Meijerink was er als student Culturele en Maatschappelijke
Vorming vroeg bij als het gaat om het aan de man brengen van popmuziek. Tijdens
zijn studie organiseerde hij al concerten en festivals.
„Een vriendenclubje was er al vroeg fanatiek mee bezig en ik kreeg de
smaak te pakken”, vertelt Meijerink. De Twentse zanger en cabaretier
Andre Manuel, net als Meijerink afkomstig uit Diepenheim, behoort al snel tot
die artiesten die Meijerink op zo veel mogelijk podia wil krijgen. Hij fungeert
een aantal jaren als diens toermanager.
Na zijn verhuizing naar Nijmegen komt Meijerink rond 2000 bij de Valkhofaffaire
terecht.
Daar mag hij zijn talenten als organisator en programmeur verder ontwikkelen en
kan hij zijn netwerk uitbreiden. Zo raakt zijn naam meer en meer bekend in het
circuit. Bij toeval ontmoet hij Doornroosje-programmeur Albert Reinink die op
het punt staat te vertrekken naar het Burgerweeshuis in Deventer. En zo is
Meijerink vanaf 2003 verantwoordelijk voor het wekelijkse aanbod aan concerten
in ‘Roosje’. Hij is ook nog altijd verbonden aan het gratis
Affaire-festival tijdens de Vierdaagse en verzorgt ook ieder jaar de
programmering voor Eurosonic Noorderslag in Groningen.
Meijerink werkt welhaast met de drang van een missionaris om zijn geloof aan de
rest van de wereld uit te dragen. Zijn filosofie is simpel: „Als ik
ervoor kan zorgen dat een band die vandaag op ons podium staat daarmee een kans
maakt om morgen in het Gelredome of de Heineken Music Hall op te treden,
steltmij dat meer dan tevreden.”
Door zijn ruime ervaring als programmeur heeft Meijerink een goed getraind oor
voor muziek ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is de vrij populaire groep
Florence & the Machine, die nu makkelijk het hoofdpodium op Pinkpop weet te
vullen. Dit nadat zij eerst een publiek aan zich heeft weten te binden door in
Roosje op de planken te staan.
Daar is Meijerink best wel trots op. „Via dezelfde route is Radiohead
begin jaren negentig ook doorgebroken. Daar zorgt Roosje voor, maar ook
kleinere clubs als Merleyn en het helaas ter ziele gegane Steigertheater.”
Meijerink benadrukt dat het in Nijmegen goed gesteld is met de muzikale
infrastructuur: „Doordat er veel studenten zijn, komt er relatief veel
jong poptalent bovendrijven. Het is bovendien een publiek dat zich telkens
opnieuw tot popmuziek aangetrokken voelt. Maar eigenlijk heeft heel Nederland
een geweldige infrastructuur op popgebied. Ik vind het dan ook gekkenwerk dat
de BTW op concertkaarten vorig jaar is verhoogd van 6 naar 19 procent.”
Wat Meijerink eveneens bezighoudt naast de hoge kwaliteit van het programma is
het op peil houden van de bezoekersaantallen. „110 Concerten per jaar
moet toch wel garant kunnen staan voor 110 keer een volle zaal, althans dat is
wel mijn streven”, zo laat hij strijdlustig weten.
Hij is zeer te spreken over het zalenaanbod in Nijmegen. „In LUX kun je
staand of zittend naar optredens kijken van bijvoorbeeld wereldmuziek-acts en
in Merleyn kun je naar kleine en lokale bandjes kijken op weg naar mogelijk nog
meer bekendheid. Die verscheidenheid is wel een luxe”, aldus Meijerink.
Bij de vraag welke artiesten we nu nog niet kennen, maar als het goed is over
een goed half jaar wel, tovert Meijerink al gelijk twee namen uit zijn hoed:
„Let de komende tijd goed op de jazzy soul van Jonathan Jeremiah en de
lokale rockband Automatic Sam.” •