Na zijn leven als kraker en activist in Nijmegen, begin jaren tachtig, kwam Jan-Frank Gerards terecht in Zuid-Amerika als ontwikkelingswerker. Hij dompelde zich onder in het sjamanisme en kreeg veel inzichten in zichzelf door het gebruik van medicinale planten uit de Amazone. Dit is het vervolg op het artikel Kraken om de wereld te verbeteren.

De Nicaraguaanse bevolking, onder leiding van het Sandinistisch Bevrijdingsfront, het FSLN, zette in 1979 de aan de VS verbonden dictator Somoza af. De Amerikaanse president Reagan, die in 1981 aantrad, wilde geen revolutionair experiment in zijn achtertuin. In 1983 begon hij daarom in Nicaragua de zogenaamde Contra-oorlog. Jan-Frank Gerards: „Ik speelde met het idee om me bij de gewapende strijd van de FSLN tegen de Contra’s aan te sluiten, maar ik vond dat toch wat te heftig. Ik besloot in 1985 om met een groep van elf vrienden met enkele bouwprojecten de wederopbouw van Nicaragua te ondersteunen, om zo onze solidariteit te tonen. We hebben een brug van gewapend beton en een school gebouwd. Een bevriende architect, die deel uitmaakte van de groep, zorgde voor de bouwtekeningen en we gingen aan de slag met het inzamelen van geld. We stuurden een zeecontainer vooruit met alle bouwmaterialen, machines, gereedschap en materiaal voor een kampement. Ons uitgangspunt was dat we niet vóór de mensen werkten, zoals vaak in ontwikkelingswerk gebeurt, maar mét hen.

Orkaan
„We woonden in huis bij de arme boeren voor wie de brug bestemd was. Het was een prachtige ervaring om met deze boeren en arbeiders de negen maanden die de klus duurde samen te leven en te werken. Ik was onder de indruk van de gastvrijheid en de passie van de Nicaraguanen, een volk dat zo veel ellende had meegemaakt.” Dit werk beviel hem zo goed dat hij besloot om meer projecten in Midden-Amerika op te zetten. Na een hevige orkaan organiseerde Gerards drie zeecontainers met hulpgoederen. In 1988 bouwde hij met een groep van vier Nederlanders en een ploeg Nicaraguaanse bouwvakkers nog een betonnen brug.

Meteen na het sluiten van het vredesakkoord tussen de guerrillabeweging en de regering van El Salvador in 1992 bouwde Gerards een betonnen brug in een gebied dat volledig verwoest was door de oorlog. Hij werkte samen met teruggekeerde vluchtelingen en voormalige guerrillastrijders. Een tweede project, de bouw van een timmerfabriek, mislukte vanwege een machtsspel binnen de organisaties. „Toen bleek dat de volksorganisaties buitenspel werden gezet door leiders van de voormalige guerrillabeweging, hebben we besloten om het werk te stoppen. Ik heb altijd een hekel gehad aan de hiërarchische structuur van veel linkse organisaties en door dit voorval werd mijn wantrouwen bevestigd. Het was frustrerend maar ook een goede les.”

Ayahuasca
„Tot m’n drieëndertigste had ik niets met drugs, maar toen ben ik gaan experimenteren met MDMA, paddenstoelen en lsd. Ik vond het interessant om te ontdekken dat er meer was dan waar ik me tot dan toe bewust van was. Naast de lol van het uitgaan en dansen gebruikte ik die als een soort zelftherapie.” In 1995 deed hij voor het eerst mee aan een ayahuascaceremonie. „Ayahuasca is een drank uit het oerwoud die je toegang kan geven tot je onderbewustzijn. Daar zit een heleboel  informatie. Het heeft me veel inzichten gegeven en innerlijke rust. Alles kreeg een plaats: mijn geboortetrauma, een gebroken sleutelbeen bij de geboorte waardoor alle contacten pijnlijk waren, de muur die ik vanaf mijn geboorte had opgebouwd, de band met mijn ouders, mijn omgang met relaties, het gevoel dat er iets niet klopte met mij of met de wereld om me heen. Ik besefte steeds beter dat alles zo moest zijn zoals het gegaan is en dat waar ik bang voor was niet bestond. Dat geboortetrauma heeft me gebracht waar ik nu ben. Ik zou niet willen dat mijn leven anders was gelopen, dat pijnlijke begin hoort daar bij. De heftigste dingen die in mijn leven gebeurd zijn, hebben me het meeste gebracht.”

Dit schilderij met meisje met mondkapje en ayahuascastengel nam Gerards mee van z’n laatste reis naar Colombia: „Het verbindt het sjamanisme met de strijd tegen de vernietiging van het oerwoud. Veel mensen die ayahuasca drinken hebben de ervaring dat ze een boodschap krijgen van de plant. Het is alsof een geest diep uit het oerwoud hen oproept om zich in te zetten voor het behoud van de Amazone en moeder aarde.” [foto: Jan Lintsen].
Sjamanisme
„Ayahuasca bracht me op het pad van het sjamanisme en ik wilde mijn vak als ontwikkelingswerker daarmee combineren. In 2000 ben ik met een bevriende Colombiaanse sjamaan een project begonnen met als doelstelling het behoud van de kennis van medicinale planten uit de Amazone, met name ayahuasca, en het behoud van de inheemse geneeswijze, het sjamanisme. We hebben met donaties een stuk grond gekocht in het zuiden van Colombia en een grote ceremoniële hut, een maloca, gebouwd. Ik heb achttien jaar groepsreizen naar het project georganiseerd. Mensen van overal uit de wereld deden mee aan de ceremonies die geleid werden door sjamanen van allerlei stammen. Het was een prachtige tijd en ik heb vooral mooie herinneringen aan de bijzondere contacten met inheemse mensen diep uit het oerwoud of uit de bergen, die nog volledig op traditionele wijze leven. Met sommigen voel ik nog steeds een diepe vriendschap. Ik zie ze niet meer, maar op de een of andere manier zijn we sterk met elkaar verbonden.”

Omdat ik vaak op het project in Colombia kwam en het idee had dat ik daar oud wilde worden, heb ik op het terrein een klein huisje gebouwd. Maar net toen het af was veranderde er iets. Ik merkte  dat de basis voor de samenwerking namelijk vriendschap, respect, vrijheid, steeds verder op de achtergrond kwam. Ik heb nog een jaar geprobeerd me aan te passen aan de nieuwe situatie, vooral omdat ik bang was om mijn ‘levenswerk’, mijn inkomen en mijn droomhuis te verliezen, maar dat hield ik niet vol. De passie was weg en ik besloot om te stoppen met het project, zonder te weten wat er op mijn pad zou komen.”

Hambacher Wald
„Een week nadat ik een punt zette achter het project ging ik naar het Hambacher Wald in Duitsland, waar acties plaatsvonden tegen de kap van een oerbos dat plaats moest maken voor bruinkoolwinning. Er waren zo’n zesduizend actievoerders, merendeels jongeren, die zich vol overgave inzetten. Het viel me op dat de ruime meerderheid uit vrouwen bestond, net zoals bij de latere acties waar ik aan deelnam. Sommige activisten woonden in boomhutten en anderen ketenden zich een nacht lang vast aan een spoorrail waar de bruinkool over vervoerd werd. Ik stond te kijken van de inzet, de bevlogenheid en de discipline die er was, zonder dat er sprake was van een strakke organisatie en al helemaal niet van hiërarchie. Na zoveel jaren voelde ik dezelfde opwinding als tijdens de Piersonacties. Ik dacht dat zoiets niet in gezapig Nederland kon gebeuren, maar vorig jaar kwam ik dezelfde strijdbaarheid en bevlogenheid tegen tijdens de klimaatdemonstraties en de protestacties van Extinction Rebellion in Amsterdam.” Deze groep van mensen van over de hele wereld, is bezorgd om het klimaat en organiseert vreedzame creatieve acties, zoals met een groep ‘dood gaan liggen’ op een straat of plein om mensen te laten nadenken over de effecten van de klimaatverandering, als we niets doen. Dat gebeurde vóór corona ook in Nijmegen twee keer per maand.

Gerards: „Ik koos ervoor niet mee te doen aan de geweldloze blokkades zelf die ze organiseerden, omdat ik bang was dat ik een vlucht- of vechtreactie zou hebben als ik door de politie aangepakt zou worden en dat is niet handig in zo’n blokkade. Dat heb ik nog van mijn krakerstijd overgehouden. Ik heb de mensen ondersteund door flink op mijn djembé te slaan. Ik kan niet wachten tot het gedoe rond het virus voorbij is om weer de straat op te gaan om geweldloos te knokken tegen het zieke systeem dat de wereld en de mensheid naar de klote helpt.”

Walvishaai
„Rond die tijd dat ik besloot om te stoppen met het project in Colombia bood een vriend van mij een prachtige baan aan. Ik kon in zijn werkplaats meewerken aan het maken van een walvishaai van twaalf meter. Ik heb het frame gemaakt en een goede vriend, die uit Syrië moest vluchten, heeft samen met de kunstenaar veertigduizend grote vishaken aan elkaar gelast. Met dit kunstwerk willen we de aandacht vestigen op de vernietiging van het zeeleven, met name de haaien. De haai is bijna af en hopelijk binnenkort te zien op het Museumplein in Amsterdam.”


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl