Een maatje voor iemand met een psychiatrische beperking. Dat is de Vriendendienst. Zo’n vijftig vrijwilligers zetten zich in om mensen met een psychiatrische beperking op basis van gelijkwaardigheid te helpen en een leuke dag te bezorgen. Vijf jaar lang coördineerde Hans de Groot dit project. Nu is hij eruit geflikkerd, zoals hij het zelf noemt.

Hans de Groot studeerde sociologie in de roerige jaren zeventig en was in die tijd ‘beroepsactievoerder’. De tijd van onder andere de ‘Piersonrellen’ en ‘Dodewaard moet dicht!’ Na zijn studie sociologie was De Groot zeven jaar werkloos. Hij liet zich omscholen door het toenmalige Arbeidsbureau tot trainer-opleider van managers, voornamelijk in de zorg. In de 35 jaar die daarop volgden werkte De Groot vrijwel de hele periode in deze branche en deed dit met veel plezier.

Maar in 2013 stopt De Groot ermee. Het begon onderhuids te kriebelen. Het oude werkte niet meer; al het reizen, telkens maar kort even in een organisatie zijn, niet geworteld zijn. Zelf zegt hij dat hij radicaliseerde en steeds meer vanuit de cliëntenvisie ging denken. Hij realiseerde zich hoe weinig hij van de zorg afwist en wilde een koerswijziging. Hij stort zich op het vrijwilligerswerk in het Zelfregiecentrum Nijmegen en werkt daar anderhalf jaar. Hierna is hij een aantal jaren lid van het Kwartiermakersfestival Arnhem. Daaropvolgend wordt De Groot ‘maatje’ van een jonge man met Afrikaanse roots, een relatie die nog voortduurt. Dit is zijn eerste echte kennismaking met de zorg. Hij loopt tegen de afstandelijkheid in de zorg aan, de zogenoemde ‘professionele afstandelijkheid’. Zelf gelooft De Groot meer in ‘professionele nabijheid’. Hij is verbaasd over het feit dat er praktisch niets met cliënten wordt gedaan, nauwelijks een behandeling krijgen en slechts een enkeling begeleid wordt naar werk. „Ik zie vooral hoe mensen aan hun lot worden overgelaten en eenzaam zijn.”

Niet vanuit superioriteitsgevoelens handelen maar naast iemand staan, dat is het idee achter de Vriendendienst. [foto: Jan Lintsen].
Maatje
In 2013 wordt De Groot maatje bij de vriendendienst van de RIBW (Regionale Instelling Begeleid Wonen). Hier voelt hij zich écht op zijn plek. De Groot wil meer halen uit het werk bij de RIBW en neemt ter ondersteuning steeds meer taken over van de coördinator van de Vriendendienst. Uiteindelijk gaat deze met pensioen en neemt De Groot het hele takenpakket van coördinator op zich. Het eerste wat hij doet is de wachtlijst waarop 300 gegadigden staan, opschonen en wegwerken. De vrijwilligers zoekt hij onder studenten, gepensioneerden en mensen die uit het arbeidsproces zijn. De cliënten zijn mensen met een psychiatrische aandoening. Een maatje is geen hulpverlener. Hij of zij laat een cliënt in zijn waarde en bezorgt hem of haar een leuke dag of tijd. Er hoeft niemand veranderd te worden en er worden geen behandeldoelen gesteld. De Groot voelt zich als een vis in het water in deze functie. „Ik kon heerlijk mezelf zijn bij iedereen zonder stropdas of net pak. De professionele hulpverlening en begeleiding werkt meer vanuit een superioriteitsprincipe: je moet veranderen en/of normaliseren en er is geen basis van gelijkwaardigheid. De hulpverlener stelt zich boven de cliënt, wat het opbouwen van een vertrouwensband in de weg staat. Systemen lijken meer centraal te staan dan de cliënten. Een perfecte leerschool voor hoe het niet moet.”

„De Vriendendienst is een bijzonder project,” zegt De Groot, „bijzonder omdat gewone mensen zich daadwerkelijk inzetten voor vreemden, die ze anders nooit zouden ontmoeten. Daar is eigenlijk heel weinig voor nodig, geen theorie over diagnoses of een training. Eigenlijk is het het gewoonste wat er is.” In 2015 wordt de functie van De Groot als vrijwillig coördinator omgezet in een betaalde functie en uiteindelijk komt hij in vaste dienst bij de RIBW. Hij coördineerde een pool van vijftig vrijwilligers van wie elk een maatje van een cliënt was.

Hans de Groot voelt zich door het RIBW buiten de deur gezet. [foto: Jan Lintsen].
Elders in de organisatie zijn er nóg ruim honderd vrijwilligers op een andere manier actief, van koken tot dagbesteding. Die zouden onder een nieuwe coördinator gaan vallen maar doordat er bezuinigd moest worden ging dat niet door. De directie kwam met het idee dat De Groot die pool van vrijwilligers ook wel onder zijn hoede kon nemen. Daar voelde hij helemaal niets voor. Hij zag zich niet als een ambtenaar 150 vrijwilligers aansturen, terwijl het persoonlijke contact de kern van zijn beleid was. Daardoor veranderden de verhoudingen en hij kreeg uiteindelijk medegedeeld dat zijn functie opgeheven was. De Groot wilde zijn eigen functie behouden tot aan zijn pensioen in mei 2021, maar daar ging de RIBW niet in mee en hij werd in 2020 op non-actief gezet. „Zij bezweren dat ik ontslag heb genomen maar ze hebben me er gewoon uitgeflikkerd!”, aldus de  Groot.

Als afscheid van de Vriendendienst heeft hij een boekje gemaakt met daarin verhalen over vriendschap en wat maatjes zoal samen doen. Een leuk klein boekje, een testament van een mooi project’ noemt De Groot het. Hij draagt de Vriendendienst nog steeds een warm hart toe.

 

Uit het boekje van De Groot: ‘Verhalen over vriendschap’

 

Kijken door de ogen van de ander

Vrijwilliger Milou is sinds de zomer gekoppeld aan een maatje: ‘„Al tijdens de kennismaking, na zo’n tien minuten hadden we een klik. We  denken over heel veel dingen hetzelfde, zien ook op dezelfde manier ergens de lol van in, vinden hetzelfde belangrijk. We zijn al uit eten geweest, hebben een tuincentrum met kerstshow bezocht. Het varieert bij ons van hilarisch tot de problemen van de wereld. Als ik naar mijn maatje ga, ben ik bij de voordeur al helemaal blij. Een grote opbrengst voor mij is dat ik nu geleerd heb de wereld te bekijken door de ogen van mijn maatje. Kijken met andermans ogen is altijd erg verhelderend. De wereld van een ander begrijpen, begint bij kijken naar de wereld vanuit hun optiek.’


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl