Frances Nijssen maakte in de jaren zeventig deel uit van de vrouwenbeweging in Nijmegen. [foto Jan Lintsen].
Wat doe je als je de wereld wilt ontdekken en veranderen en je komt in de jaren zeventig terecht in Nijmegen? Frances Nijssen dompelt zich onder in het marxistisch leninisme en het feministische gedachtegoed en wil ontdekken hoe een wereld eruitziet waar vrouwen dominanter zijn. In dit eerste deel aandacht voor haar rol in de Nijmeegse actiebeweging.

Frances Nijssen groeide op met drie broers in een middenstandsgezin in het Brabantse stadje Bergen op Zoom. Hier waren carnaval en de Mariaommegang de hoogtepunten van het jaar waar zij fanatiek aan meedeed. Maar ze wilde, net zoals haar vrienden, in deze provotijd meer en anders: niet trouwen, maar zelfstandig werken en wonen, de wereld leren kennen en verbeteren. Ze ging Nederlands studeren in Nijmegen en kwam terecht in het paradijs.

Marxistisch-leninistisch
„In de jaren zeventig kwam de democratisering van de universiteiten op gang. Er was een grote toestroom van een nieuwe generatie studenten. Veel studenten zetten hun christelijke idealen om in maatschappelijke betrokkenheid. Ik kwam terecht in een grote energie-uitbarsting met heel veel initiatieven en alles resoneerde met elkaar. Bij Nederlands was een actieve studentengroep van de 6 oktobergroep, de naam voor een verzameling van linkse studentengroepen die zich per studierichting hadden georganiseerd met een marxistisch-leninistische basis. Bij de honderd eerstejaars zochten ze woordvoerders voor deze groep en al snel werd ik een van hen. Binnen tien maanden deed ik mee aan mijn eerste bezetting. Er volgden meerdere, van ons eigen gebouw, van het talenlab, van de aula. Om onze eisen kracht bij te zetten, om de studie Nederlands een grotere en bredere maatschappelijke relevantie te geven. We wilden een docent die door het bestuur was afgewezen, of meer ruimte voor maatschappelijke thema’s  bij de studie-inhoud. Uiteindelijk waren we daarin best succesvol. We bepaalden voor ongeveer de helft zelf de onderwerpen voor onze studie en konden daar ook op afstuderen. Mijn afstudeeronderwerp was de Bouquetreeks. Waarom vrouwen daar verslaafd aan raakten, ondanks dat ze wisten dat het fictie is. Ik had die boekjes vaak gelezen en wilde weten waarom.”

Emancipatoir
„We studeerden ons blauw, maar niet zozeer dat wat er bij de studie Nederlands in het curriculum stond. We onderzochten met de 6 oktobergroep heel inhoudelijk het fenomeen taal: hoe door taligheid emancipatie kan worden gesteund, welke taligheid  bepaalde instituties gebruiken en wat de effecten daarvan zijn in termen van ongelijkheid en achterstand en wat de functie van massaliteratuur is. De studentenbeweging ontstond vanuit het willen veranderen van de studie, zowel inhoudelijk als qua organisatie. Marxisme-leninisme bestudeerden we in de Politeiagroepen. Die waren zelfgeorganiseerd. Daar deed je het eerste jaar aan mee en het tweede jaar leidde je een eigen groep. Thema’s vanuit de arbeidersbeweging, zoals arbeiderscultuur, hadden een grote invloed op de studentenbeweging.

„Ik wilde vanaf het begin theorie en praktijk met elkaar verbinden en werd als vrijwilliger actief in het club- en buurthuiswerk. Ik gaf kinderclubs in het Willemskwartier en de Kolpingbuurt. Een belangrijk doel was daarbij om naast de kinderen ook de buurt te organiseren, bijvoorbeeld door actie te voeren voor oversteekplaatsen. We keken steeds naar wat voor de buurt belangrijk was en dat was soms anders dan we dachten. Het was goed om te zien hoe het toeging in die buurten en wat wel en niet werkte.”

Vrouwenonderdrukking
„Er was veel betrokkenheid bij acties in de rest van de wereld. Studenten zaten vaak in een comité zoals het Palestinacomité. Er waren geregeld congressen. Bij een congres over de Anjerrevolutie in Portugal stond een vrouw op en zei: ‘Alles goed en wel. We zijn hier met kameraden bij elkaar, maar ondertussen worden vrouwen onderdrukt, ook Ulrike Meinhof [een activistische vrouw van de Rote Armee Fraktion in Duitsland. MM]. Ik loop nu naar buiten. Wie er met mij over wil praten gaat mee.’ Ik ging mee met nog negen andere vrouwen. Mijn beste vriendin bleef. Dat was een verdrietige splitsing. Je had in de studentenbeweging verschil tussen de kameraden en de vriendinnetjes. Met de vrouwelijke kameraden voerde je als mannelijke student actie, de vriendinnetjes kwamen als de vergadering en het napraten in de kroeg afgelopen waren. Ik vond dat onaangenaam.”

Verbanden
„Bij het Portugalcongres ligt voor mij het begin van mijn feministische ontwikkeling en de opbloei van de feministische vrouwenbeweging in Nijmegen, al bestonden Man Vrouw Maatschappij en Dolle Mina al wel. Er ontstonden in die tijd veel vrouweninitiatieven. Op de universiteit ontstond het Vrouwen Interfacultair Overleg VIOOL, bij nog wel tien studierichtingen kwamen er vrouwengroepen waaronder bij Nederlands. Buiten de universiteit ontstond het Vrouwenhuis, een ontmoetingsruimte voor vrouwen waar veel cursussen werden gegeven, zoals VOS studiegroepen, Vrouwen Onderzoeken de Samenleving, waar vrouwen zochten naar verbanden tussen maatschappelijke structuren en hun gemeenschappelijke ervaringen als vrouw. In VIDO groepen, Vrouwen In De Overgang, onderzochten en ondersteunden vrouwen elkaar wat betreft de overgang, lichamelijk en maatschappelijk. Je had Vrouwen tegen verkrachting en er ontstonden de eerste blijf-van-mijn-lijfhuizen. Er waren allerlei praatgroepen, zoals FemSoc groepen, die waren socialistisch-feministisch, en Fortgroepen wat feministische radicale therapiegroepen waren. Daarnaast ontstonden er al dan niet georganiseerde lesbische groepen. Al die groepen waren autonoom en ontwikkelden zich apart, maar iedereen deed wel mee met grotere activiteiten als de heksennachten, waar vrouwen samen demonstreerden tegen verkrachting. We liepen samen meermaals wacht op plekken waar vrouwen werden lastiggevallen bijvoorbeeld rondom de Fransestraat. Dat gaf veel verbinding. Alle vrouwengroepen voerden samen actie voor het behoud van de abortuskliniek Bloemenhove. En we deden mee aan andere acties zoals de strijd tegen de kerncentrale in Dodewaard en voor het behoud van de Pierson. Aan de actie voor de Bloemenhovekliniek tegen minister van Agt, die de wet niet wilde ondertekenen die de Tweede Kamer aannam voor legalisering van abortus, heb ik de eerste breuk met mijn ouders te danken. Bij de actie in de Lindenberg, waar we met spreekkoren en ingestudeerde quotes Van Agt het spreken onmogelijk maakten, bleek een televisieteam te zijn en ik kwam uitgebreid in beeld. Mijn ouders schaamden zich vreselijk voor mij in het katholieke Bergen op Zoom en wilden niet dat ik nog thuiskwam.”

Vrouwencultuur
„In het Vrouwenhuis waren maandelijkse dansavonden die heel goed bezocht werden door vrouwen uit alle groepen en er was een wekelijkse vrouwenavond in Café de la Paix. In 1976 vonden twee groepen elkaar: een groep vrouwen die een vrouwenboekhandel wilden oprichten en een die een dagelijks geopend vrouwencafé wilde. Later kwam daar een groep bij die een documentatiecentrum wilde. Dat werd samen De Feeks, officieel de Nijmeegse Vereniging ter Bevordering van Vrouwenkultuur De Feeks. In november opende de vrouwenboekhandel en in januari 1978 het café. Een aantal maanden later startte het documentatiecentrum in de kelder. Ik haalde snel de papieren voor het openen van een café. We hadden geen enkele ervaring met het uitbaten van een café en hebben denk ik alle wetten van goed cafébeleid overtreden. Het was bedoeld als broedplek, bolwerk en ontmoetingsplaats voor alle vrouwen. Het eerste jaar mochten overdag ook mannen komen. We wilden niet alleen vrouwenonderdrukking aan de kaak stellen, maar er iets positiefs tegenover stellen. We waren nieuwsgierig hoe de wereld eruit zou zien als vrouwen meer ruimte zouden krijgen. We  zochten naar de essentie van vrouwencultuur, naar feministische kunst ook. We organiseerden vele culturele avonden met bandjes en spreeksters en een vrouwenmuziekfestival met groepen uit heel Europa. We hadden kunstprojecten zoals het haarproject, een performance waar vrouwen hun lange haren afknipten. Daarvan maakten we foto’s, en van die foto’s een tentoonstelling. Daarnaast hadden we politieke avonden, debatten, filmavonden, feesten, een literaire salon en er werd twee keer per week eten gekookt.”

Rebels
„Er waren tijdens de ruim vijf jaar dat het café bestond veel discussies en ook een vijftal grote conflicten tussen verschillende groepen vrouwen. Sommigen wilden meer actiegerichtheid, anderen wilden geen mannen meer toelaten in het café, sommigen wilden een huiskamer voor de eigen groep, anderen, onder wie de bargroep die het café draaide, wilden een café voor alle vrouwen blijven. Sommigen wilden swingen, anderen praten, een groep wilde steeds dezelfde muziek, anderen eens wat anders. Het was een hele klus om iedereen een beetje het gevoel te geven dat ze welkom zijn. Sommige groepen waren heel strak in de leer. Je moest je daar aan de geldende normen houden. Afwijken was niet gewenst. Wij van De Feeks wilden geen nieuwe onderdrukking. We wilden vrijheid en normeringen doorbreken. Dat deden we vooral door tegendraadse activiteiten met een knipoog te organiseren. Iedereen droeg een tuinbroek, dus organiseerden wij een jurkenfeest. Prachtig zag iedereen eruit! Er was een antihuisvrouwendag en wij stonden met een schort om de ramen te zemen. Wij waren rebels. De Feeks werd geassocieerd met lesbische vrouwen, die er vaak zaten en soms provoceerden door elkaar uitgebreid te kussen. Dat mondde dan weer uit in een conflict omdat wij wilden dat alle vrouwen zich thuis konden voelen. Uiteindelijk heeft het café maar een aantal jaren in deze vorm bestaan en stopte het. De vrouwenboekhandel met zijn veelsoortige boeken en het vrouwendocumentatiecentrum gingen door en waren een dertigtal jaren heel succesvol. En vanuit De Feeks is een aantal vrouwen een eigen café of restaurant begonnen.”

Blijf-van-mijn-lijfhuis
„Twintig jaar na de sluiting hadden we een reünie met alle vrouwen die betrokken waren bij De Feeks. Iedereen was wat later begonnen aan de arbeidscarrière. De meesten namen veel ideeën, opgedaan in De Feeks en vrouwenbeweging, mee naar de instituties waarin ze terechtkwamen. Allerlei initiatieven kregen erkenning vanuit de overheid, zoals de blijf-van-mijn-lijfhuizen, Fiomhuizen voor opvang bij ongewenste zwangerschap en de vrouwenwerkwinkels. We waren blij met wat we in gang hebben gezet in die tijd. Veel vrouwen gingen schrijven. Het homo- en lesbische leven normaliseerde behoorlijk. Ik kijk tevreden terug op deze tijd die me in belangrijke mate heeft gevormd.”

Binnenkort deel twee


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl