„Als vrouw in de voetballerij moet je jezelf minstens vijf keer harder bewijzen dan mannen”, zegt Ellen van Eldik, NEC-trainster bij de MO20, de meiden onder de twintig jaar. De trainster knokt voor gelijkheid in de voetbalwereld. En dat is nodig ook.

Ellen van Eldik wil dat haar meiden meer kansen krijgen dan zij had. Foto: Jack van Dalen

Ellen van Eldik (64) strijdt al tientallen jaren voor het serieus nemen van het vrouwenvoetbal. Ze is vanaf 2024 voetbaltrainster bij NEC van de meiden onder de twintig jaar. Eerder was ze trainster bij SV Juliana ’31, VV Trekvogels en Quick 1888. Hoewel er steeds meer aandacht voor het vrouwenvoetbal lijkt te zijn, merkt Van Eldik dat mannen- en vrouwenteams nog steeds anders behandeld worden. „Als vrouw in de voetballerij moet je steeds knokken en jezelf minstens vijf keer harder bewijzen dan mannen.”

Doordouwen

Ze vindt dat de KNVB meer kan doen om het vrouwenvoetbal op de kaart te zetten. „Het is enorm gemakkelijk om te roepen dat vrouwenvoetbal belangrijk is, maar als wij daar als vrouwenteams niks van terugzien hebben we daar weinig aan. Zolang wij in verkeerde competities worden ingedeeld en minder materialen krijgen dan de jongens, is het voor ons erg lastig om ons te ontwikkelen”, aldus Van Eldik. Maar ze laat zich niet uit het veld slaan. Ze is niet bang om te weigeren om op een slecht veld te spelen en ook binnen de club zorgt ze dat het vrouwenvoetbal niet vergeten wordt. „Ik houd wel van een beetje doordouwen.”

Groeien

Bij NEC krijgt Van Eldik de ruimte en de faciliteiten om het vrouwen voetbal te ontwikkelen en op de kaart te zetten. Sinds enkele jaren heeft NEC vrouwenjeugdelftallen, met als gevolg dat al meer dan honderd meiden zich hebben aangemeld bij de club. Een belangrijke factor hierin is de duidelijke visie die Van Eldik heeft opgesteld in samenwerking met NEC. Er moet namelijk een eerste dameselftal komen bij NEC. Op deze manier kan NEC zelf voetbalsters opleiden én wordt aan de meiden de kans geboden om door te groeien dicht bij huis.

Landskampioen

Ellen van Eldik blijft strijdlustig. Foto: Jack van Dalen

Haar levensweg zegt veel over de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal in Nederland. Hoewel Van Eldik een imposante carrière achter de rug heeft, verliep die niet zonder slag of stoot. De Nijmeegse heeft altijd al liefde gehad voor voetbal, maar in haar jeugd mochten meiden pas lid worden van een voetbalclub als ze zestien jaar waren. „Wat dat betreft is er echt wel wat veranderd, maar we zijn dan ook bijna veertig jaar verder”, geeft Van Eldik aan. Ze begon haar voetbalcarrière bij NEC, waar ze kampioen werd in district Oost. Haar kwaliteiten werden al gauw opgemerkt en ze kwam terecht bij het nationale vrouwenelftal. Om voor het nationale team uit te mogen blijven komen, vertrok ze naar GVC-Wageningen. Na een jaar bleek de reistijd toch een heikel punt te zijn en stapte ze over naar damesvoetbal vereniging DVC Den Dungen, dichter bij huis. Met DVC wist ze drie keer landskampioen te worden en won ze de nationale beker. Dat laatste was maar goed ook: „Ik had met mezelf afgesproken dat ik pas mocht gaan studeren als ik tenminste één keer landskampioen was geworden.”

Eenzaam

Deze strijdlustige instelling kenmerkt Van Eldik, maar is een essentiële eigenschap voor vrouwen en meisjes in de voetballerij. Het lijkt misschien leuk, leerzaam en bijzonder om steeds hoger te voetballen, maar er is een schaduwkant. Jonge meiden belanden namelijk vaak als enige meisje in een jongensteam. De trainster krijgt geregeld te horen dat meiden zich gedurende deze tijd verschrikkelijk eenzaam voelen. Hier komt nog bij dat meiden soms minstens een uur moeten reizen naar een club waar ze op niveau kunnen spelen. „Dat is veel gevraagd van een tiener die ook gewoon naar school moet.” Van Eldik vindt het haar taak het vrouwenvoetbal mee verder te ontwikkelen. „We zijn er nog lang niet. Dat duurt nog tien, vijftien jaar. Maar daar is wel meer ondersteuning voor nodig. Gelukkig worden we bij NEC écht serieus genomen”, besluit Van Eldik.

tekst: Sam Peters foto’s: Jack van Dalen

Foto:


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl