De rechten van vrouwen in Afghanistan zijn een voor een afgepakt. Afghaanse vrouwen in Nijmegen proberen vrouwen daar te steunen, maar ervaren ook zelf problemen.

Nadat de Taliban de macht greep in Afghanistan kwamen er zowel eind jaren negentig jaren als na 2017 Afghanen naar Nijmegen. Voor Afghaanse vrouwen in Afghanistan verbeterde hun situatie ten goede tussen de Talibanperiodes in: ze konden studeren en werken. Dat konden de Afghaanse vrouwen in Nederland ook, maar niet alles veranderde ten goede.

Onderdrukking

Achtentwintig jaar geleden vluchtte Storay Ahmadi met haar gezin naar Nederland.

Voor haar boek Compassie met Afghaans bloed interviewde zij vijftien vrouwen die eveneens in die jaren vluchtten uit Afghanistan

Storay Ahmadi (rechts) en Zakera Naseri voeren actie voor de vrouwen in Afghanistan. Foto: Storay Ahmadi

„Ten tijde van onze vlucht heersten er nog in grote delen van het land oude overtuigingen over vrouwen: ze werden als minder dan mannen gezien. Ze werden uitgehuwelijkt en konden niet studeren. Hun mannen en hun zonen waren de baas over hen en mannen sloegen hun vrouw als ze niet deed wat hij zei. Veel vrouwen vertellen in de interviews dat deze onderdrukking op andere manieren in Nederland doorgaat. De mannen mogen hun vrouw niet meer slaan, maar behandelen haar nog steeds als niets waard. Ze moet koken, het huishouden doen en luisteren, maar krijgt geen waardering. Het meest tevreden zijn de vrouwen van wie de man hen ten minste met rust laat, de vrouwen die werken en zij die koken en huishouden wel leuk vinden. Het minst tevreden zijn de vrouwen met een zieke man zonder werk. De meeste Afghaanse vrouwen missen daarnaast heel erg hun familie.”

Trouwen

Hoe het verderging in Afghanistan vertellen Zakera Naseri en Nilofar Niekpor.

Naseri (1974) kwam in juni 2024 vanuit Afghanistan naar Nederland om te trouwen met een Afghaanse Nederlander: „Ik groeide op in Sjeberghan, ging daar naar de middelbare school en de universiteit. Ik ben scheikundedocent. Toen de Taliban de macht greep in 1996 mochten wij vrouwen niet meer werken. Dat duurde vijf jaar. Na de tweede overname van de regering door de Taliban in 2021 mochten de meisjes eerst nog naar de middelbare school, maar dat werd in het tweede jaar afgeschaft. Alle leraressen kwamen zonder werk te zitten. Daarna mochten de vrouwelijke ambtenaren niet meer werken. Het is veel strenger dan twintig jaar geleden en het wordt steeds strenger.

Hier in Nederland heb ik een goede relatie en kan ik me verder ontwikkelen. Ik bouw vriendschappen op en leer graag de taal. Ik doe met plezier mee met activiteiten van Goshamadeed, de organisatie voor integratie die Storay Ahmadi oprichtte. Ik vind het heel fijn om iets voor de vrouwen in Afghanistan te kunnen doen.”

Patronen

Nilofar Niekpor (1994) en haar man vluchtten in 2021 naar Nederland. Niekpor is opgegroeid in de tijd dat vrouwen meer vrijheden kregen. Ze was fotojournaliste. Ze studeert nu aan de HAN International Social Work en kreeg in 2025 een dochtertje. Ze vertelt vooral positieve dingen over haar situatie in Nederland, maar er speelt steeds verdriet op de achtergrond:

„Nederland is een goed land. Ik doe mijn best snel te integreren. Maar het is moeilijk om je familie en vrienden achter te laten en te weten dat hun situatie heel slecht is en steeds verslechtert.” Niekpor vertelt over drie van haar vriendinnen die in de gevangenis zijn beland, waar niemand nog wat van hoort en: „Ik denk dat wel eenderde van de Afghaanse mannen blij is met de Taliban. Taliban grijpt terug op oude patronen, waar mannen meer waard zijn dan vrouwen en mannen de baas zijn. Taliban bestaat uit extremistische moslims. Zij kijken niet naar de context van wat er in de Koran staat. Er staat bijvoorbeeld dat vrouwen thuis moeten blijven als het op straat niet veilig is. Het tweede deel wordt weggelaten. Ze noemen alleen wat hen uitkomt. Er staat ook in de Koran dat mannen én vrouwen zich hun hele leven moeten blijven ontwikkelen.”

Intimidatie

Ahmadi kon studeren en zelf haar man kiezen, maar herkent de verdrietige ervaringen van de vrouwen die ze interviewde. Ze is oprichtster van Stichting Goshamadeed, een organisatie gericht op integratie: „Mijn verdriet zet ik om in actie. Ik voel me beter als ik wat voor andere Afghanen kan doen. We organiseren met Goshamadeed Nederlandsetaallessen, maaltijden en informatieavonden.”

Stichting Goshamadeed steunt ook de vrouwen in Afghanistan.

Ahmadi: „De situatie van vrouwen in Afghanistan is verschrikkelijk en wordt met de dag erger. Vrouwen mogen niets meer, ze mogen niet verder leren dan de basisschool, niet naar de sportschool, het zwembad of een park gaan. Ze mogen niet praten op straat en niet zonder begeleiding van een man op straat zijn. Ook de vrouwen in gezinnen waar geen man aanwezig is, mogen niet alleen naar buiten. Omdat ze wel moeten, hebben deze vrouwen, nog meer dan andere vrouwen, last van intimidatie, slaag of erger.

Door voortdurend geweld, droogte en slechte oogsten leeft in 2023 zevenennegentig procent van de Afghaanse bevolking in armoede, tegenover zevenenveertig procent in 2020. Vrouwen zonder mannelijk familielid leven in de slechtste omstandigheden. Wij zamelen geld in en sturen dit via onze contacten rechtstreeks naar vrouwen in Afghanistan.”

 

 


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl