Meer mannen in de kinderopvang maakt de opvoedkundige omgeving rijker, meent Mathijs Verhagen. Hij werkt als een van de weinige mannen in de kinderopvang. De Nijmeegse Stadskrant liep een dag met hem mee.

Ongeveer een op de vijf medewerkers bij de buitenschoolse opvang (bso) is man. Mathijs Verhagen is een van hen. Dagelijks trekt Verhagen met een groepje kinderen de bossen in. Vandaag met acht kinderen van drie tot vijf jaar. Enthousiast volgen zij met volle rugzakjes hun begeleider. Verhagen werkt bij bso Struin. Struin ziet de natuur als een ideale plek voor de ontwikkeling van een kind. Hier kunnen kinderen zich vrij voelen, ontdekkend leren en hun creativiteit ontwikkelen. Ze balanceren over boomstammen, bouwen hutten en rapen eikels. Slecht weer bestaat niet bij Struin, alleen code oranje verhindert hen naar buiten te gaan.
De aanpak van mannen is anders dan van vrouwen, merkt Verhagen. “Mannen pakken over het algemeen eerder een hamer en zaag, nemen meer risico’s en laten meer toe dan vrouwen.” Dat heeft natuurlijk een prijs. De kinderen zullen eerder een keer vallen, maar ook daar leren ze van.
Toeval bracht Verhagen bij de kinderopvang. Een stageplek op een kleuterschool maakte hem duidelijk dat dit werk hem aanspreekt. Bij Struin was hij welkom.
Zwavelkopje
Het is tijd voor het schillen van appels. Nadat ze in partjes verdeeld zijn, eten de kinderen die met smaak op. Verhagen vraagt: “Wie weet een paddenstoel te staan?” Toon vliegt onmiddellijk op en iedereen volgt hem. Hij vindt een reuzenzwam die ze allemaal bewonderen en betasten. Inmiddels heeft Nina het kleinste paddenstoeltje van het bos gevonden: een minuscuul zwavelkopje.
Na deze pauze gaan de kinderen weer hun eigen gang. Ontspannen en vrij bewegen zij zich alleen of in een groepje in een kring van zo’n vijftien meter rond hun begeleider. Zij vervelen zich geen moment en blijken genoeg te hebben aan takjes, bladeren en de omgevallen bomen. In een bos wordt meer van de creativiteit gevraagd dan in een speeltuin waar toestellen het gedrag grotendeels bepalen. Al ravottend, voelend, ruikend en kijkend komen alle zintuigen aan bod.
Balans
Verhagen fungeert als mannelijk rolmodel. Hij zit er niet bovenop. Geen verbod als Jasper in een omgevallen boom klimt, maar: ‘Je weet het Jasper: nat is glad’.
Hij werkt met veel plezier en is ervan overtuigd dat hij zinvol werk doet. De eerste levensjaren zijn immers heel belangrijk voor de cognitieve en lichamelijke ontwikkeling van een kind. Verhagen ervaart waardering binnen de organisatie en ook de ouders reageren positief. “Meer mannen binnen de kinderopvang zou goed zijn voor de balans”, denkt Verhagen. Er zijn echter wat barrières. Mannen stuiten op vooroordelen en wantrouwen, deels door negatieve media-aandacht over misbruikzaken in het verleden. Ook houdt het salaris in vergelijking met andere mbo-banen niet over. Bovendien zijn de meeste banen voor pedagogisch medewerker slechts als deeltijdbaan beschikbaar. Mathijs vindt dat daar iets aan moet gebeuren. Zeker gezien de betekenis en verantwoordelijkheid van zijn werk. Maar voorlopig houdt plezier in zijn werk hem gemotiveerd.
Zorgzaamheid
Sara roept: “Mathijs ik moet poepen”. “Dan zoeken we een mooi plekje”, antwoordt Verhagen. Door zijn voorbeeld ervaren de jongens dat zorgzaamheid en empathie niet uitsluitend vrouwelijke eigenschappen zijn. Langzaam wordt het donker in het bos. Joris loopt met de blauwe lamp voorop, gevolgd door tevreden en goedgeklede kinderen.

