In zijn studeerkamer spendeert Rob Essers uren aan zijn stratenregister. Foto Jan Lintsen.

Hij bestookte ambtenaren en stadsbestuurders met brieven en bezwaarprocedures. Rob Essers (66) was jarenlang dé plaaggeest van de Nijmeegse ambtenaren. Al is hij vandaag de dag wel wat ingedamd. Tegenwoordig houdt hij zich vooral bezig met een eigen stratenregister.

Rob Essers, doctorandus in de sociale wetenschappen, bleef vanaf de jaren negentig niet onopgemerkt in Nijmegen. Geen commissie- of raadsvergadering ging voorbij zonder dat Essers er wat over te zeggen of schrijven had. Een markant figuur, die vaak in lokale kranten en bladen werd neergezet als een don quichot, de hoofdfiguur uit de gelijknamige roman van de zestiende-eeuwse Spaanse schrijver Cervantes. Men refereert dan aan iemand die een hopeloze strijd levert, iets probeert te veranderen wat niet te veranderen is, of nutteloze doelen nastreeft.
Je kunt je inderdaad afvragen wat iemand motiveert om iets na te streven waarvan de impact niet altijd heel groot is. „Het is geen familietrekje of zo,” geeft Essers aan. „Ik ben altijd al een buitenbeentje geweest. Als iedereen links gaat, ga ik liever rechts. De behoefte om alles te willen uitzoeken komt puur uit mijzelf.” Lachend vertelt hij over zijn aanvaringen met de gemeente: „Het zit hem in de irritatie en de knulligheid waarmee ambtenaren zaken afhandelen. Mijn gelijk niet krijgen, is echt geen probleem voor mij.”

Homo-activisten

Gek genoeg begon zijn strijd tegen de bureaucratische molen niet met een beklag, maar met een opmerkelijk initiatief. Essers wilde een Emancipatiebuurt in Nijmegen: een buurt met straatnamen vernoemd naar voorvechters van vrouwen- en homo-emancipatie. Na lange briefwisselingen met ambtenaren over de invulling van de straatnaamgeving was het resultaat grotendeels zoals Essers en zijn medestanders het wilden. Tot zelfgekozen straatnamen met onderschrift aan toe. Zelf woont hij nog altijd midden in die buurt, op de Niek Engelschmanlaan. Toen De Brug in 1991 een artikel aan hem wijdde, zei hij: „Ik ben waarschijnlijk de enige Nijmegenaar die zijn eigen straatnaam heeft uitgezocht.”
Zijn belangstelling voor straatnaambordjes was met de Emancipatiebuurt definitief gewekt. Enthousiast vertelt Essers over de naam Marialaan, die rond 1900 is bedacht: „In alle stukken staat genoemd dat het hier gaat om zuster Maria, hoofd van de kleuterschool aan de Krayenhofflaan. Wat blijkt, begin 1900 was er niet eens een zuster Maria als hoofd van de kleuterschool. Zuster Maria vestigde zich pas op 3 juli 1909 in de gemeente Nijmegen. De straat is waarschijnlijk gewoon vernoemd naar de Mariakerk die er naast stond.” Hij lacht er wat cynisch bij.
Een ander opmerkelijk voorbeeld is het huidige Valkhof. „Dat park heeft nog altijd geen naam. De een noemt het ‘het Valkhof’. De ander noemt het ‘Valkhofpark’ en weer een ander noemt het ‘Valkhof’. De gemeenteraad heeft de naam nooit formeel vastgesteld. Vroeger was er een plein voor het Valkhof, waar nu het monument staat, dat heette Valkhof, maar daar hoorde het park niet bij. Die naam van het plein is later komen te vervallen. Maar daarmee is de naam van het park nooit komen vast te staan. Dat moet gewoon een keer gebeuren,” zegt hij licht geïrriteerd.

Straat van de week

Bij het televisieprogramma Straat van de week van de toenmalige lokale omroep RTV Nijmegen1 (nu RN7), vulde hij van 2008 tot en met 2011 meer dan 130 uitzendingen met weetjes over straatnamen, parken en pleinen. Het maakte hem plots een bekende Nijmegenaar. Het programma was populair en werd vaak herhaald. De meeste afleveringen van zijn programma zijn nog terug te zien via de site van Dailymotion.
Zijn programma bij RTV Nijmegen1 was vrijwilligerswerk. Tot een betaalde baan hebben zijn uitgebreide universitaire opleiding en feitenkennis nooit geleid. Zo nu en dan een keer een betaalde klus. Zijn onzekerheid speelt daarin deels een rol. „Dat is de reden waarom ik alles uitzoek. Bovendien vermoed ik dat een aantal ambtenaren bang was dat ik de stoelpoten onder ze vandaan zou zagen. Ik sluit niet uit dat dit ook gebeurd zou zijn,” lacht hij. “Binnen de gemeentelijke organisatie is gezocht naar een baan voor me. De gemeentesecretaris heeft lange tijd geprobeerd een stoel voor me te vinden, maar dat is hem niet gelukt. Waarom niet, is me totaal onduidelijk. Wel was ik een ramp voor trajectbegeleiders. Meestal wist ik het allemaal beter en kon ik voorspellen wat er ging gebeuren.”

Zinloos

Met zijn straatnamenlijst, waarin hij alle straatnaamgegevens van Nijmegen verwerkt, heeft hij op dit moment genoeg om handen. Burgers en ambtenaren raadplegen deze lijst veelvuldig. Een sollicitatieplicht heeft hij allang niet meer. Inmiddels ontvangt hij AOW. Verder schrijft hij wel wat minder brieven naar de gemeente. Die heeft de mogelijkheden tot inspraak behoorlijk ingeperkt. „Vroeger kon je bij een commissievergadering inspreken. Tegenwoordig heb je de rondetafelinspraak waarin je standaard drie minuten spreektijd krijgt. En al ben ik de enige, dan nog krijg ik maar drie minuten. Daarnaast val ik onder de speciale richtlijn voor veelschrijvers. Ze werken met formele en informele post. Op informele post krijg ik geen antwoord meer en de formele post proberen ze informeel af te handelen, wat in de praktijk betekent dat er niets mee gedaan wordt. Dat heeft mijn enthousiasme wat verminderd. Dan is het gewoon zinloos.”

Oude afleveringen van Straat van de Week

Auteur: Maarten Beekman


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl