Suriname als voorbeeld om over vrede te spreken, dat was het thema van een middag in de Stevenskerk op 3 mei. Inleider Hubert Hendriks maakte duidelijk dat het daarbij gaat om verdraagzaamheid en het accepteren van anders-zijn.

In Nederland wonen 365.000 mensen met Surinaamse wortels. De kleine zaal in de Stevenskerk zat 3 mei vol met mensen in vele kleuren, die luisterden naar de lezing van Hubert Hendriks. Hendriks wees daarbij  op het feit dat in Suriname mensen van veel verschillende culturen en godsdiensten vreedzaam samenleven. “Hopelijk kunnen wij hier in Nederland van jullie leren.”

“Goed om aandacht te besteden aan Suriname”, vonden de bezoekers. Foto Charles Doornewaard

De bevolkingssamenstelling van Suriname is bijzonder divers. Hendriks lichtte toe hoe deze diversiteit tot stand is gekomen. Allereerst zijn er de oorspronkelijke bewoners, die tegenwoordig nog maar 4 procent van de bevolking uitmaken. Sinds de Spaanse kolonisatie kwamen er veel Europeanen naar Suriname, onder anderen joden die voor de inquisitie vluchtten. Zij werden handelaren en plantagehouders die zich richtten op suiker, koffie, cacao en katoen. Op de plantages werden tot slaaf gemaakten uit meerdere Afrikaanse landen te werk gesteld. Na het afschaffen van de slavernij, officieel in 1860, maar feitelijk in 1873, werden arbeiders uit het Oosten aangetrokken, onder meer uit India, China en Java.

Migratiestroom

“Ik voel me niet schuldig, maar wel verantwoordelijk voor de behandeling van mensen in Suriname”, vindt Hubert Hendriks. Foto: Charles Doornewaard

Suriname werd achtereenvolgens overheerst door Spanjaarden en Engelsen. Van 1667 tot 1954 was het een Nederlandse kolonie en vervolgens een autonoom land binnen het Nederlandse koninkrijk. Pas in 1975 werd Suriname onafhankelijk. Hendriks: ”Nederland verdiende veel aan Suriname. Dankzij afschaffing van de slavernij en de teloorgang van de plantages werd dat minder en ik denk dat Nederland daarom toestond dat Suriname onafhankelijk werd. Het land kreeg 300 miljoen mee en dat was dat.” De overgang verliep niet zonder slag of stoot. Er kwam een grote migratiestroom naar Nederland op gang. In Suriname was veel onvrede. In 1980 kwam er een militaire dictatuur tot stand waarbij in 1982 vijftien prominente tegenstanders werden gemarteld en gedood. Hendriks: “Uiteindelijk groeide Suriname zonder verder bloedvergieten terug naar een democratie in 1987.”

Het land bleek rijk aan grondstoffen te zijn, zoals bauxiet, goud, olie en gas. Die zijn ofwel in handen van de staat, ofwel van grote internationale bedrijven. De 575.000 inwoners zien niet veel van die rijkdom terug. De jeugdwerkloosheid bedraagt 30 procent; bij jonge vrouwen ligt dit cijfer zelfs op 45 procent. Hier staat een grote informele economie tegenover, werk zonder formele registratie en belastingafdracht.

Hendriks sloot zijn betoog af met de woorden: “Ik voel me niet schuldig, maar wel verantwoordelijk voor de uitbuiting en de behandeling van mensen in Suriname. Ik wil meewerken aan een respectvolle multiculturele samenleving en weet dat ik veel van jullie in de zaal kan leren.”

Na de lezing volgde als muzikaal intermezzo de derde prelude van Rachmaninov (zie kader), waarna achtereenvolgens de schrijfsters Rihana Jamaludin en Lucia Nankoe aan het woord kwamen.

Kruidenierswinkel

Rihana Jamaludin schrijft over verleden en heden van haar geboorteland Suriname. Foto Charles Doornewaard

Rihana Jamaludin schrijft over verleden en heden van haar geboorteland Suriname en las voor uit haar boeken. Uit Geheimen van het tuinhuis koos ze een fragment over het korte bezoek van de hoofdpersoon aan het kruidenierswinkeltje van de Chinees Wong en zijn Afrikaanse vrouw. Wong begon dit winkeltje na vijf jaar contractarbeid op de plantage. In de winkelscène worden in  vijftien minuten vijf talen gesproken. “Het boek gaat over de veeltaligheid en de kleurlingenelite in Suriname”, vertelt Jamaludin. Ze leest ook voor uit haar laatste boek Schaduwtemmer: een historische roman over de Tweede Wereldoorlog, waarin een Javaans meisje vlucht als ze uitgehuwelijkt dreigt te worden. Ze komt in het directeurshuis van de plantage terecht bij een Hollandse familie. Twee totaal andere werelden. Jamaludin: “De scène gaat over de ik-cultuur, waar het individu zwaarder telt, en de wij-cultuur, waar het collectief het belangrijkste is en het individu zich moet schikken.” Haar verhalen laten je de sfeer in Suriname meebeleven: de multiculturele samenleving, de accepterende omgang, maar ook de problematische kanten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de indeling naar huidskleur, waarbij een lichtere huidskleur als beter wordt beschouwd dan donkerder zijn.

Trouwfoto’s

De tweede schrijfster was Lucia Nankoe. Zij verzamelt inmiddels meer dan tien jaar Surinaamse trouwfoto’s uit de periode van 1846 tot 1950. In de zaal was haar tentoonstelling Surinaamse voorouders in beeld te bewonderen. Samen vertellen deze foto’s een stukje Surinaamse geschiedenis.

Daarna was de zaal aan de beurt om in kleine groepjes ervaringen en zienswijzen te delen naar aanleiding van vragen zoals: ‘Wat kunnen we leren van Suriname om met verschillen om te gaan?’ en ‘Wanneer voelt samenleven met verschillende culturen vredig?’

Hendriks sloot de middag af met de conclusie: “Het gaat om het accepteren van het anders-zijn, om verdraagzaamheid en flexibiliteit. Vrede is geven en nemen in evenwicht.”

 

De derde prelude van Rachmaninov

De derde prelude wordt wel Nachtmerrieprelude genoemd. Rachmaninov schreef haar in 1892, het jaar van een grote hongersnood in Rusland, door misoogst en het toch exporteren van graan door de overheid. In het muziekstuk is veel zwaarte te horen en wordt met veel forte (kracht) gespeeld, maar de lichte en zachte tonen krijgen toch af en toe de overhand. De laatste maten worden zacht gespeeld en verschillen steeds maar in één toon. De pianist Charles van Doornewaard legt uit: “We moeten niet naar elkaar schreeuwen, het gaat om het luisteren naar elkaar.”

 


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl