De drie Smeltmeesters Bas de Vries (links), Bauke Smit (midden) en Wimke van den Heuvel (rechts) willen groeien naar 250 makers bij nieuwe NYMA-makersplaats. [foto Jan Lintsen].
De bedrijfsverzamelplaats De Smeltkroes op het Honigcomplex gaat verhuizen naar het NYMA-terrein en wordt herdoopt tot NYMA-makersplaats. Groter, inclusiever, publieksgerichter, levendiger, volgens de Smeltmeesters Bas de Vries en Bauke Smit. De huurprijzen blijven vergelijkbaar met nu.

Bas de Vries, Bauke Smit en Wimke van den Heuvel kennen elkaar vanaf hun jeugd en waren vaak te vinden bij de skatebaan in Beneden-Leeuwen. De drie maakten in 2014 in het Honigcomplex een bedrijfsverzamelplaats De Smeltkroes, waar makers van uiteenlopende producten samenwerken en elkaar inspireren. Op dit moment hebben meer dan honderddertig makers een ruimte in De Smeltkroes, delen zij werkplaatsen, vergaderruimtes en inspireren ze elkaar. De Vries legt uit: „We zijn een soort kunstacademie voor ondernemers, een ontmoetingsplek voor creatieve makers die er voordien niet was. Nijmegen verdient een dergelijke permanente plek. Als je de omzetcijfers van alle makers bij elkaar optelt, makers die dankzij De Smeltkroesfaciliteiten niet uitweken naar andere steden, voegen we miljoenen toe aan het stadskapitaal. We investeerden vorig jaar nog in een grote kantoortuin om ook ondernemers die niet met hun handen werken bij De Smeltkroes te betrekken. Die ging 1 januari open. In maart kwam Covid-19, maar we zitten toch vol: de mensen die thuis niet kunnen werken hebben behoefte aan een kantoor en aan veel creatieve mensen om zich heen.”

Smaakmakers
De ruimte in het Honigcomplex is maar tijdelijk beschikbaar, tot eind 2021. Al in 2016 begonnen de eerste verkenningen naar een nieuwe plek vlakbij, het terrein van de NYMA, een oude kunstzijdespinnerij langs de Waal in Nijmegen-West. De gemeente kwam met een gebiedsvisie en vervolgens een ontwikkelplan en zocht partijen om mee samen te werken. Smit: „Met een tiental smaakmakers van het Honigcomplex en het aangrenzende gebied, zoals De Vasim, Drift, Waalhalla en Galerie Bart hebben we ons in 2016 meteen verenigd in een ondernemerscoöperatie. Met een dertienkoppig bestuur en meer dan honderd leden kregen we een positie aan de tafel van het ontwikkelteam. Hierbij schoven ook de gemeente, een kwartiermaker en later twee projectontwikkelaars aan.”
De Vries: „We ontwikkelden een plan voor een grotere, geoptimaliseerde en inclusievere versie van De Smeltkroes, de NYMA-makersplaats. In een groot gebouw tegenover De Vasim. Met meer ruimte kunnen we groeien van honderddertig naar tweehonderd tot tweehonderdvijftig makers. We hebben een flinke wachtlijst van wel honderd makers, er is vraag naar deze vorm van werken. We kunnen naast de gezamenlijke hout- en metaalwerkplaats ook andere werkplaatsen maken om te delen, bijvoorbeeld voor keramiek of mode. De facilitaire ruimtes als vergader-, workshopruimte en schaftlokaal kunnen we uitbreiden. De Smeltkroes is inclusief: niet alleen gelande makers maar ook beginners doen mee. De startende meubelmaker kan meedoen met de ervaren meubelmaker en kan goede machines gebruiken. De huur is inclusief alle faciliteiten en het grote netwerk.”

Overgang
De Vasim is ook een gebouw dat tijdelijk ter beschikking gesteld werd aan ondernemers. Meerdere bedrijven die er nu zitten kunnen niet meedoen in de nieuwe plannen voor De Vasim, zoals de Markies, die voor zijn tentenmakerij veel ruimte nodig heeft. Het wordt voor hen te duur met huren van 75 tot 225 euro per vierkante meter. Dat geldt niet voor de Smeltkroesondernemers. Smit: „We verbouwden het tijdelijke gebouw op de Honig voor een paar ton en maakten gezamenlijke ruimtes en werkplaatsen. Die investering moesten we in acht jaar terugverdienen, dus is onze huur al vanaf het begin bijna conform de markt. Voor onze makers is de nieuw te betalen huur bij NYMA dus niet zo’n grote overgang. We hebben sinds juni een spreekuur voor ondernemers die mee willen doen, om te praten over hoe ze kunnen landen op de nieuwe plek.”

Zeecontainers
De nieuwe NYMA-makersplaats is niet klaar eind 2021. De Smeltmeesters bouwen de plek gefaseerd op zoals ze dat ook met De Smeltkroes deden. Ze maken een grote ruimte klaar, waarbij ze niet renoveren, maar conserveren, door de basisstructuur van het gebouw een tweede huid te geven, wind- en waterdicht. In die ruimte zetten ze tijdelijk zeecontainers als werkruimten. Van daaruit gaan ze verder bouwen en units neerzetten. De gemeente zet het casco neer, de NYMA-makers realiseren de afbouw. Zo bezitten de ondernemers samen met de gemeente het vastgoed. Smit: „We willen zelf het eigenaarschap organiseren en via certificaten onze partners en makers mede-eigenaar maken.” Er zijn veel vaardige mensen in eigen huis. Samen met bevriende ontwerper en architect Piet Hein Eek en Iggie Dekkers uit Eindhoven, die bekend zijn met zelfbouwers, werken zij het ontwerp verder uit. Alle drie de Smeltmeesters en veel Smeltkroesers zijn bouwers. Smit: „We zijn goedkoper, sneller en hebben geen overhead. Daarbij zorgen we voor perspectief voor de ondernemers die het moeilijk hebben door de coronacrisis. We maken samen een plek waar we willen zijn, waar we kunnen werken zoals we willen werken.” De Vries: „Ik vind het dapper van de gemeente dat ze dit proces met ons aandurft. Ze heeft ons met wat we al hebben neergezet serieus genomen.”

Watertoren
Er is natuurlijk geld nodig om het plan te financieren. Voor de twee projectontwikkelaars die in het ontwikkelteam meedenken, is het niet rendabel. Maar de Triodos Bank heeft aangegeven veel vertrouwen te hebben in De Smeltkroes en in hun nieuwe plan voor de NYMA-makersplaats. Zo ook de Ontwikkel- en Herstuctureringsmaatschappij Gelderland en de gemeente. Er moeten alleen nog enkele stedenbouwkundige aanpassingen komen. Er ligt een realisatieovereenkomst die eind dit jaar ondertekend wordt door De Smeltkroes en de gemeente. De Vries: „We zijn nu zover dat we in de realisatiefase komen. De NYMA wordt groter en completer dan De Smeltkroes. Ook de bezoekers komen aan hun trekken. We worden meer publieksgericht en levendiger, met workshops, winkels, horeca en zichtbare werkplaatsen. Het gebouw wordt laagdrempeliger, zonder rolstoeldrempels. De grote watertoren wordt mogelijk een uitkijkpunt. Het terrein ligt gunstig: door de ontwikkeling van de noordkant van Nijmegen komt het steeds centraler in de stad te liggen.”


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl