Het Democratiefestival gezien vanaf de Snelbinder [foto Jan Lintsen].
Veur-Lent kreeg de eer het eerste Nederlandse Democratiefestival te herbergen. Nog voordat de poorten opengingen kwam de kritiek al op gang: een miljoen euro belastinggeld en zo weinig belangstelling dat ambtenaren met bussen gehaald moesten worden. In de naweeën van het festival beheersen de bezoekersaantallen de discussie. Hierdoor dreigt de inhoud van de vele lezingen, workshops en discussies verloren te gaan. Reden genoeg om een van de thema’s van het festival eruit te lichten: de tweedeling in de samenleving.

„In De Telegraaf stond dat er niemand zou komen, maar blijkbaar is dat jullie ontgaan,” grapt Joris Luyendijk, de eerste spreker van het Democratiefestival, tegen een vol ‘klaslokaal’, zoals een van de tenten op het festivalterrein heet. Het is er zelfs  zo druk dat halverwege een vrouw flauwvalt. Luyendijk begint zijn verhaal met een filmpje over PVV-aanhangers. Als het publiek, blank en hoogopgeleid, begint te lachen om een opmerking van een van hen, houdt de gelauwerde journalist zijn publiek een spiegel voor. „Het is juist deze minachtende lach die stemmers op protestpartijen zo kwaad maakt,” zegt Luyendijk.

Joris Luyendijk vlak voor de aftrap [foto Jan Lintsen].
„Voor hoogopgeleiden is het makkelijk om tolerant voor vluchtelingen te zijn, zij hoeven niet met hen te concurreren op de arbeids- en woningmarkt.” Tegelijkertijd krijgen mensen met een laag inkomen wel een reeks maatregelen op hun dak die slecht voor hen uitvallen, denk aan de btw-verhoging. „Terwijl de elite wegkomt met de inkeerregeling voor stiekeme spaartegoeden in het buitenland, kun je voor een simpel vergrijp als bijvoorbeeld het niet op tijd betalen voor een parkeervergunning, boete op boete krijgen. Als je geen financiële buffer hebt, loopt je schuld snel op.” Daar komt nog bij dat een achterstand in opleiding aan een volgende generatie wordt doorgegeven. „Als we iemand feliciteren met het behalen van een academische graad, moeten we eigenlijk zijn ouders feliciteren,” aldus Luyendijk. Het zijn immers de ouders die de kinderen niet alleen de kennis, maar ook de juiste mores bijbrengen die nodig zijn om in een hoger milieu te functioneren. Luyendijk vindt het te makkelijk om stemmers op de PVV of Forum voor Democratie weg te zetten als racistisch. „Bij een deel van deze kiezers zijn die sentimenten er wel, maar bij de meesten gaat het er vooral om dat zij zich niet serieus genomen voelen.”

Demograaf Jan Latten [foto Jan Lintsen].
Huwelijksmarkt
Dat de leefwerelden van laag- en hoogopgeleiden steeds verder uit elkaar lopen, komt op het festival ook terug in het discours van demograaf Jan Latten. Zowel op de arbeidsmarkt als op de huwelijksmarkt staan laagopgeleiden er slecht voor. Latten gaat in op de huwelijksmarkt: „Als een arts met een arts trouwt, heeft het gezin een jaarinkomen van 120.000 euro, trouwt hij met een kapster, dan is het gezinsinkomen maar 85.000 euro.” Uit de statistieken blijkt dat het aantal koppels waarin beiden hoogopgeleid zijn, toeneemt. Voor de kapster blijft er dan niets anders over dan te trouwen met een hovenier waardoor het gezinsinkomen op 50.000 euro blijft steken. Het vinden van de juiste partner kan op jaarbasis al 35.000 euro schelen. Leefstijl zoals humor speelt ook een belangrijke rol bij de partnerkeuze. Volgens Latten is het gevoel voor humor heel erg afhankelijk van de sociale context. Deze is bij laagopgeleiden anders dan bij mensen die alles meehebben. Hierdoor vinden ze elkaar moeilijk op de huwelijksmarkt. „Vijftig procent van de hoogopgeleiden behoort tot de bovenlaag, de mensen die alles mee hebben. Bij de laagopgeleiden is dat maar drie procent. „Bij deze groep zie je een concentratie van bestaansonzekerheid, verbroken relaties, onzekerheid op het gebied van werk en ongezond leven.” Een andere ongelijkheid die Latten aanstipt is die tussen huurders en kopers op de woningmarkt. Terwijl de doorsneeschuld bij huurders stijgt, bouwen de huiseigenaren vermogen op. Dit zorgt voor een verdere segregatie van de samenleving.

Het Gelders paviljoen op het Democratiefestival [foto Jan Lintsen].
Domweg gelukkig in Gelderland
De grootste geldschieter van het festival was na de rijksoverheid de provincie Gelderland. Nederlands grootste provincie had een eigen paviljoen op het eiland en een debatarena. Onder het motto ‘gelukkig in Gelderland’ zocht de provincie het gesprek met burgers. Roos Dohmen deed onderzoek in opdracht van de provincie naar het geluksgevoel van de Gelderlanders. De Achterhoekers zijn het minst gelukkig, terwijl de Rivierenlanders iets gelukkiger zijn. Nijmegen en Arnhem gaan gelijk op. Het betreft een eenmalige meting in april dit jaar. Het liefst wil Dohmen een langere tijd meten zodat je het kunt monitoren en er beleid op kunt ontwikkelen. Een gemeente die daarin vooroploopt is Roerdalen. Deze toeristische gemeente wilde massatoerisme voorkomen en kleinschalig genieten stimuleren. Daarvoor zette deze gemeente het programma ‘Werken aan geluk’ op. Inmiddels zet de gemeente inzichten uit de wetenschap in om het geluksgevoel bij de inwoners te vergroten. Zo  zijn er vrijwilligers opgeleid tot gelukscoaches, kunnen inwoners geluksplekken in de gemeente aanwijzen en speelt geluk een rol bij beleidsafwegingen. Zover is de provincie Gelderland nog niet. Wel heeft de nieuwe Gelderse coalitie plannen om geluk meer te gaan monitoren.

auteur: Gabriëlla Hendriks


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl