Ceija Stojka (1933 – 2013) in 1995. Foto: Christa Schnept.

Op 22 februari 1944 stierven bijna achthonderd Nijmegenaren aan een ongepland bombardement door de Amerikaanse luchtmacht. Vijfenzeventig jaar later werd een groot aantal portretfoto’s van deze overledenen tentoongesteld op grote posterborden op Plein 1944 in Nijmegen. Het bombardement was een klap in het gezicht van de bevolking van bezet Nijmegen die hoopte op een snel en vredig einde van de oorlog en de nazi-onderdrukking. In Museum het Valkhof in het stadscentrum krijgt dit jaar een andere tragische gebeurtenis uit de Tweede Wereldoorlog eindelijk erkenning: de vaak vergeten Holocaust van Sinti en Roma.

In februari 1944 werd een elfjarig Romameisje, genaamd Ceija Stojka, uit het noorden van Oostenrijk, opgesloten in het speciale concentratiekamp voor vrouwen en kinderen in Auschwitz. Gebrandmerkt met nummer Z6399 werd ze tweemaal bijna in de vlammen gegooid. Honderden andere naakte vrouwen en kinderen vonden daar de dood, maar zij ontkwam. In april 1944 kwam ze samen met haar moeder in Bergen-Belsen terecht, waar ze beiden letterlijk moesten overleven tussen stapels lijken. Voor de gedeporteerden was er in Bergen-Belsen in 1945 geen eten. Door sap uit de schors van een kleine boomtak te schrapen konden zij en anderen overleven tot aan de bevrijding door Engelse troepen in het begin van april. Later zou ze zeggen dat het de boom was die haar leven redde. Dit twijgje werd Stojka’s handtekening toen zij vijfenveertig jaar na de bevrijding van de dodenkampen begon met het vastleggen van haar intuïtieve ervaringen in honderden schilderijen en tekeningen. Ze deed dit in de beschermde ruimte van de keuken in haar woning in het twintigste district van Wenen.

Z6399, Ceija Stojka 1994.

Documentaire
Museum het Valkhof toont tot juni 2019 honderdveertig schilderijen en tekeningen van deze onbekende Romakunstenares die leefde in een wrede eeuw. Het is pas de tweede keer dat dit vaak vergeten deel van de Holocaust een tentoonstelling krijgt. Haar getuigenis zou nooit bekend zijn geworden zonder de documentaire uit 1988 van de Oostenrijkse filmmaakster Karin Bergen, nadat zij Stojka ontmoette, die tapijten verkocht in een Weense straat. Pas vijf jaar geleden zagen Paula Aisemberg en Antoine de Galbert van galerij La Maison Rouge in Parijs deze bijzondere schilderijen voor het eerst. Stojka maakte deze kleine schilderijen niet voor een kunsttentoonstelling. Het zijn beelden van haar herinneringen uit een traumatische jeugd en precies passend bij een muur van een gewoon arbeidershuis. Naast zes miljoen Joden, vele honderdduizenden gehandicapten, lesbiennes, homoseksuelen en politieke gevangenen, zijn ongeveer twee miljoen Roma vermoord in heel Europa. Slechts zo’n 1300 Oostenrijkse en Hongaarse Roma en Sinti overleefden de Holocaust. De meesten van hen waren tussen 18 en 30 jaar oud, met weinig scholing of werkervaring en geen plaats om te wonen. Voor de weinigen die het overleefden, duurde het vele jaren voordat ze erkenning kregen als burgers met burgerrechten zoals sociale zekerheid.

Zonder titel, Ceijka Stojka 1995.

Deze tentoonstelling is een echte aanrader voor iedereen om te zien. Het was een moedig besluit van museumdirectrice Hedwig Saam, om dit bijna onzichtbare verhaal naar Nijmegen te halen. Na juni gaat deze tentoonstelling door naar het Museo Reina Sofia in Madrid. De tentoonstelling neemt de bezoeker mee op een reis door de jeugdherinneringen van Stojka. De reis begint in een tijd van relatieve vrede voor de natuur liefhebbende Roma, die vrij en ongebonden wilden zijn. Van schilderijen van landschappen en velden met zonnebloemen worden we geleid naar een wereld van opgejaagd zijn. Kindergezichten verschuilen zich achter dikke begroeiing, maar niet voor lang, zoals de beelden tonen van SS’ers met hakenkruizen die schreeuwend en spugend Roma bijeendrijven voor transport naar de dodenkampen van Auschwitz met zijn vijf hoge schoorstenen die dag en nacht branden. Je staat aan de grond genageld tegenover de tekeningen van naakte vrouwelijke lichamen die in stilte wachten. Of van grote zwarte leren laarzen en een jas van een SS’er die de bezoeker voorovergebogen door zijn benen aankijkt met boze ogen. Eén schilderij toont een apocalyptische visie van een brandende hel van een dodenkampoven genaamd SS waar naakte vrouwen- en kinderlichamen vallen in de verslindende vlammen, terwijl een SS’er kijkt vanaf de rand van het leven. Op de achterkant van het schilderij staat geschreven: Dit vind ik moeilijk te beschrijven. Vergeef, Ceija. De waarheid.”

Country life, Ceija Stojka 1993.

Fotobiografie
Stojka schetst op een levendige manier de vooroorlogse door paarden getrokken woonwagens in zowel bloemrijke zomers als in koude besneeuwde winters. Naoorlogse foto´s tonen dat paarden zijn vervangen door tweedehandsauto’s, naast beelden van de Maagd Maria, voor wie deze zeer religieuze zigeuners een diepe en blijvende affiniteit tonen. Stojka’s kleine schilderijen en tekeningen vallen weg in de ruimten met grote muren. De tentoonstelling had meer indruk gemaakt als bezoekers vanuit een ruimte met beelden van de vredige tijd, voorzien van een informatiebord komen in een donkere tunnel met uitsparingen voor elk schilderij van de moorddadige kampen, zodat de gruwelen nog meer voor zichzelf spreken. In een wat verborgen boekwinkelhoekje ligt een fotobiografie van elf pagina’s over het leven van Stojka en haar familie. Deze beelden ontbreken jammer genoeg, zij hadden kunnen illustreren hoe trots Roma zijn en hoe hard ze werken voor hun gemeenschap en daarmee het tegenbeeld tonen van de vooroordelen, die geleid hebben tot discriminatie en marginalisering van Roma in Europa.

Nadat ze uitgesloten werden van fabrieksarbeid in de jaren dertig werden de Roma van Noord-Oostenrijk en Hongarije als criminelen beschouwd, werkschuw en onverschillig. Voor de Tweede Wereldoorlog steeg de kindersterfte onder hen naar 35 procent. Dit gebeurde allemaal na de algemene aanvaarding van eugenetische theorieën die breed werden verspreid door het nazibewind. Begrippen als raciale hygiëne en de zigeunerpest zaaiden angst bij een breed publiek. Niet alleen de Joden werden slachtoffer van de Holocaust. In 1982 heeft Duitsland zijn verantwoordelijkheid erkend voor de Romagenocide en Frankrijk nog geen twee jaar geleden. Stojka’s schilderijen en tekeningen plaatsen ons in de geschiedenis met de echo van herinneringen uit het verleden en het heden.

Auteur: Bill Holdsworth

Foto’s schilderijen: museum Maison Rouge Parijs, Museum het Valkhof Nijmegen


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl