Nescio, pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh. [foto publiek domein].

De Nederlandse schrijver Nescio (1882-1961) heeft onze taal op een vernieuwende manier ingezet, waardoor zijn boeken tot de klassiekers binnen de Nederlandse letteren behoren. Op 25 juli 2021 lag zijn sterfdatum precies zestig jaar in het verleden. Een toepasselijke gelegenheid om bij Nescio en zijn werk stil te staan en te zien hoe dat werk zich tot Nijmegen verhoudt.

 ,,Zij staarde in de Waal. ‘Mooi hè?’ Toen leunde ze haar bovenlijf uit ’t raampje en keek naar Nijmegen, dat daar lag op de heuvels aan de rivier, zoo on-Hollandsch, zwak romantisch, huizen boven huizen en boomen boven boomen, en zong tegen de wind en ’t gerammel van den trein over de brug.’’ Wie weleens over fietsbrug de Snelbinder wandelt, heeft het bovenstaande citaat ongetwijfeld een keer opgemerkt. Het staat te lezen op een plaatje dat op het midden van de brug aan de balustrade is bevestigd. De woorden zijn afkomstig uit Dichtertje (1917), een novelle van Nescio, pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh.

Kronenburgerparkje
Nescio, geboren in Amsterdam, had een zwak voor Nijmegen vanaf het moment dat hij de stad voor het eerst aandeed toen hij veertien jaar oud was. Een bezoek dat zo’n indruk op de kleine jongen maakte dat hij het zich ruim vijftig jaar later nog gedetailleerd kon herinneren. Dat valt althans op te maken uit zijn Natuurdagboek, aan de hand van een fragment dat in 1951 is geschreven: ,,Kronenburgertoren, weerspiegeld in vijver en Kronenburgerparkje als in 1896.’’ In hetzelfde dagboekfragment beschrijft Nescio zijn wandeling door de regio: via Persingen en Berg en Dal naar de Duivelsberg, waar hij bij een café een kopje koffie drinkt.

Hoewel Nescio — overigens Latijn voor ‘ik weet het niet’ — slechts een klein oeuvre naliet, heeft hij een geweldige invloed uitgeoefend op latere generaties schrijvers. Zo sprak Gerard Reve zich ooit met de volgende woorden over Nescio uit: ,,Ik voltooi eigenlijk geen bladzij, zonder dat ik ten minste een keer aan Nescio heb gedacht.’’ Dichtertje, Titaantjes en De uitvreter — drie novelles die Nescio tussen 1910 en 1918 heeft geschreven — zijn uitgegroeid tot klassiekers in de moderne Nederlandse literatuur. Het zijn verhalen geschreven in een realistische, zakelijke stijl met een behoorlijke dosis humor en ironie. Het is misschien wel dit contrast dat zijn werk zo fascinerend maakt. Terugkerende elementen zijn de bewondering voor de natuur en idealen die conflicteren met de verwachtingen van de samenleving.

Waalbrug
De uitvreter
situeert zich deels in Nijmegen. Hoofdpersonage Japi worstelt in de novelle met de eisen van de burgermaatschappij. Hij leidt een zwervend bestaan terwijl hij op andermans kosten leeft. Werken doet hij niet. Zijn dagen brengt hij vooral starend naar het water door. Als hij wordt gedwongen toch een kantoorbaantje te nemen, knapt er iets in hem. Koekebakker, de ik-persoon van het verhaal, beschrijft droogjes hoe Japi vervolgens van de brug stapt: ,,Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de Waalbrug gestapt. De wachter kreeg hem te laat in de gaten. (…) Springen kon je het niet noemen, had de man gezegd, hij was er afgestapt.”

Het beeld ontleend aan Nescio’s novelle Dichtertje aan de Rijksstraatweg in Ubbergen. [foto Jan Lintsen].

In onze omgeving is meer te vinden dat aan Nescio herinnert dan alleen het bordje op de spoorbrug. Zo bevindt zich in Ubbergen aan de Rijksstraatweg een standbeeldje van de schrijver. Althans, op die manier wordt het werk vaak geïnterpreteerd. In werkelijkheid is het beeldje ontleend aan de hoofdfiguur van het verhaal Dichtertje, verduidelijkt Ronald Tolman, de kunstenaar uit Beuningen die verantwoordelijk is voor het werkje. Op de sokkel staat een zinsnede uit Dichtertje te lezen: ,,Een groot dichter te zijn en dan te vallen.’’

Tolman is een enorme liefhebber van Nescio’s boeken. Hij vond het dan ook bijzonder leuk dat hij een aantal jaren geleden een foto kreeg toegestuurd waarop de kleinzoon van Nescio stond afgebeeld, poserend naast het beeldje. Het standbeeldje is overigens niet het enige kunstproject van Tolman dat verband houdt met de schrijver. Zo heeft Tolman in samenwerking met een Nijmeegse kunstgalerie drie etsen gemaakt bij een citaat uit De uitvreter.

De al eerder genoemde novelles zijn aanraders voor wie nog onbekend is met het werk van Nescio. Wie meer wil weten over de samenhang tussen zijn leven en werk, doet er goed aan een lokale boekhandel binnen te wandelen en te vragen naar de zeer recent verschenen biografie over de schrijver: Nescio: Leven en werk van J.H.F. Grönloh van neerlandica Lieneke Frerichs. Zij heeft de afgelopen vijfentwintig jaar aan deze biografie gewerkt. Een intrigerend werk, zeker omdat er tot nog toe maar weinig bekend was over Nescio’s leven.


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl