[afbeelding Querido uitgeverij].
In haar nieuwe boek De gebroeders B. laat de Nijmeegse schrijfster Steffie van den Oord ons kennismaken met het Nederland van rond 1800, het leven van de tweelingbroers Bosbeeck en de vrouwen in hun leven. Het is een zoektocht en hunkering naar geluk en een beter leven waarbij opportunisme, rechtvaardigheid en waarachtigheid elkaar soms pijnlijk in de weg zitten. Hebben de broers wel een moreel kompas en maken de vrouwen die hun pad kruisen wel de juiste keuzes?

Het verhaal speelt zich af in de roerige tijd waarin het toenmalige Nederland zich bevond voor en na de Franse Revolutie, waarin Frankrijk ons land min of meer bezette. In deze setting maakt de lezer kennis met de tweelingbroers Jan en Frans Bosbeeck en twee belangrijke vrouwen in hun leven, de Bossche weduwe Marianne Petter, dochter van een horlogemaker annex herbergier, en de vrijgevochten Joodse dochter van een Groningse bendeleider, Rebecca Jacobs. De broers stelen en plegen overvallen, waarbij ze fysiek en dodelijk geweld niet schuwen. Eigenlijk willen ze niet van de misdaad leven maar deze manier van kapitaal vergaren stelt hen in staat hun werkelijke dromen te verwezenlijken. Zo wil Frans eigenlijk zeepzieder worden, iemand die zeep fabriceert. Jan wil zichzelf opwerken tot een man voor wie men terdege achting moet hebben. Hij wil niet eindigen als een arme sloeber. Marianne, weduwe van de Zwitser Beat Hartenstein, wil een man die er is voor haar, en nog belangrijker, voor haar vroegoverleden zoontje Jantje. In Jan Bosbeeck hoopt ze die gevonden te hebben. Rebecca is een trotse vrouw die eveneens een beter leven wil, ook voor haar zoontje, Fransje. Ze strijdt ervoor dat Frans Bosbeeck erkent dat hij de biologische vader van haar kind is. Waar Jan zich opwerpt als pseudo-vader van Jantje weigert Frans elk contact en toenadering tot Fransje.

Steffie van den Oord [foto (c) Rob Alving].
Deze vier levenspaden lopen kriskras door dit verhaal heen. Het knappe van Steffie van den Oord is dat ze gekozen heeft voor vier diverse verhaalperspectieven. Vier narratieven vertellen het verhaal en zo leren we de hoofdpersonages door het boek heen steeds beter kennen. En passant schetst de schrijfster ook nog eens een treffend tijdsbeeld van Nederland in een tijd waarin Napoleon Bonaparte voor de nodige reuring in Europa zorgt. We leren met name het zuidelijke deel, zo tussen Den Bosch, Oss, Nijmegen en verder naar het zuiden richting Maastricht en Keulen kennen. De twee broers Bosbeeck proberen zoals gezegd met de misdaad in hun levensonderhoud te voorzien als een soort verre voorlopers van de Holleeders van nu. De beide vrouwen hebben elk zo hun methode om te trachten deze Jan en Frans voor zich te winnen. Marianne als de rechtschapen dochter van een hardwerkende ambachtsman op leeftijd. En Rebecca als fiere dochter van een gevreesd Gronings bendehoofd.

Of het ze lukt toch nog het geluk en het wederzijdse vertrouwen met en in elkaar te vinden? Het antwoord is te vinden in dit helder en met duidelijk taalgebruik geschreven nieuwe hoogtepunt in het oeuvre van Van den Oord. Een verfilming vanuit de vier genoemde perspectieven is een mooie uitdaging voor elke avontuurlijke cineast.


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl