
In 1972 ging ik in Nijmegen studeren. Ik was toen net 17 jaar. Ik kwam vanuit een apolitiek gezin terecht in een rood nest en sloot me al snel aan bij een politiek kindertheater en de studentenvakbond. Er was een snelgroeiende vrouwenbeweging. Vrouwen werden niet gelijk behandeld, dus actie was nodig. Er werden in mijn studententijd meerdere vrouwengroepen opgericht. De vrouwengroepen op de universiteit streden voor onderzoek naar de situatie van vrouwen, omdat vaak alleen naar mannen gekeken werd. Er kwamen Vrouwenstudies. In het centrum kwam het Vrouwenhuis, waar informatieavonden en feesten werden gehouden. Wekelijks kwamen er praatgroepen bij elkaar, zoals de VIDO-groepen Vrouwen In De Overgang. Hier werden vrouwen van boven de vijftig jaar gestimuleerd zich te emanciperen. En De Feeks werd opgericht, een vrouwencafé, -boekwinkel en -documentatiecentrum. De eerste heksennachten tegen onveiligheid op straat werden georganiseerd. Ik hielp mee om een vrouwengroep op te zetten binnen de vak bond. We organiseerden scholingsavonden over vrouwen in de geschiedenis. Want vrouwen waren ook daar niet of nauwelijks zichtbaar. We gaven informatie over de eerste vrouwen in een beroep, over de positie van vrouwen in fabrieken en op het platteland en over de uitbuiting van dienstmeisjes. In Nijmegen was een Dolle Minagroep en een Man Vrouw Maatschappijgroep (MVM). Mannen die mee wilden werken aan vrouwenemancipatie zaten vooral bij MVM, want ze mochten niet overal bij.
Aanrecht
Ik voelde dat ik deel uitmaakte van een grote beweging en zag de resultaten. Ik kreeg een relatie, een gezin en werk. Ik heb me altijd gelijkwaardig aan mannen gevoeld. De strijd leek gestreden, hier in Nederland tenminste. In Nijmegen was ongelijke behandeling van mannen en vrouwen niet meer zo zichtbaar. De vrouwenbeweging was er nog wel, zeker in landen waar vrouwen nog steeds een tweederangsrol werd toebedeeld. Vandaag de dag worden in meerdere landen verworven rechten van vrouwen weer teruggedraaid, denk aan Afghanistan en Amerika. Vrouwen moeten terug naar het aanrecht en de kinderen. Ook in Nederland willen extreemrechtse groeperingen dat. Op 8 maart 2025, op Wereldvrouwendag, werd op het Mariënburgplein door honderden vrouwen luidkeels gezongen voor de rechten en vrijheid van vrouwen in de wereld. Ik was daarbij en ging daarna naar LUX, naar de film Writing Hawa. De film vertelt over de verdrietige situatie van Afghaanse vrouwen. Bij het nagesprek verzuchtte een vrouw: We zouden weer een Dolle Minagroep moeten oprichten in Nijmegen. En die kwam er: de Dolle Nimmagroep wil ongelijkheid van mannen en vrouwen opheffen en verslechtering van de situatie voorkomen. Er is inderdaad nog steeds ongelijke betaling voor hetzelfde werk, onveiligheid op straat, seksuele intimidatie, minder aandacht voor vrouwen in onderzoek. Dolle Nimma heeft vijfhonderd deelnemers op Signal. De groep, die ook toegankelijk is voor mannen, organiseert meerdere acties, zoals tegen huiselijk geweld, tegen het lager inschatten van het niveau van meisjes op scholen, voor het behoud van abortus. Er komt een boek, een buitententoonstelling bij LUX, en is maandelijks een Dolle Nimma-avond. De vrouwenacties zijn terug van weggeweest.

