Elke week protesteren Nijmegenaren tegen de genocide in Gaza. Maar dat is niet het enige Nijmeegse protest tegen onrecht in het Midden-Oosten. Op de Grote Markt was eind januari een demonstratie tegen het geweld tegen de Koerden in Rojava in Syrië. Een onderbelicht conflict.

Koerden en sympathisanten protesteren tegen het geweld in Rojava. Foto: Quirijn Lokker

Meer dan honderd voornamelijk Nijmeegse Koerden en sympathisanten demonstreerden eind januari op de Grote Markt in Nijmegen tegen het geweld in Rojava, de Koerdische regio in Syrië. Kulbahar  was een van de vier organisatoren. Ze omschrijft zichzelf als feministische politiek activist en laat via mail weten: “We willen  het Nederlandse publiek en de overheid aansporen om zich uit te spreken tegen de genocide die wordt gepleegd op het Koerdische volk in Rojava. Na de aanval op meerdere Koerdische steden door het leger van de Syrische overgangsregering zijn over de hele wereld Koerden de straat opgegaan om druk uit te oefenen op de internationale publieke opinie.”

Bestaansrecht

Koerden zijn met meer dan veertig miljoen mensen de grootste etnische groep ter wereld zonder eigen land. Ze leven verspreid over de wereld maar vooral in delen van Turkije, Syrië, Irak en Iran. Al generaties lang vechten Koerden voor erkenning en bestaansrecht.

Rojava is de Koerdische regio in het noorden en oosten van Syrië. In de burgeroorlog vanaf 2023 heeft Rojava een vorm van zelfbestuur ingericht, multi-etnisch en met een gelijkwaardige rol voor vrouwen. Koerdische strijdkrachten in Rojava speelden een belangrijke rol in het verslaan van Islamitische Staat (IS).

In Syrië ligt de macht na de val van Assad bij Ahmed al-Sharaa, een voormalig Al Qaidaleider. Onder zijn gezag zijn extremisten opnieuw actief geworden, zijn IS-gevangenen vrijgelaten en worden Koerden in Rojava opnieuw bedreigd en vermoord, net als Alawieten, Jezidi’s, Druzen en christelijke gemeenschappen. Mensen verdwijnen en dorpen worden aangevallen.

Grondstoffen

Kulbahar voert actie om een einde te maken aan de repressie van Koerden.
Foto: Kulbahar 

Kulbahar legt uit: “De Syrische regering ziet de semi-autonomie van Rojava als een directe bedreiging voor de eenheid van het land. De economisch verzwakte staat wil de controle herwinnen over grondstoffen. De Koerdische regio’s bevatten olie, landbouwgrond en strategische corridors. De regering wil daarnaast regionale bondgenoten geruststellen. Met name Turkije, dat zich sterk verzet tegen elke zelfstandige Koerdische eenheid aan zijn grens.”

Ze ziet meerdere zaken die nu nodig zijn om de situatie van de Koerden in Syrie te verbeteren, naast het opheffen van het beleg van Kobani, het geven van humanitaire hulp en het beschermen van burgers: “​Wij eisen lokaal bestuur voor Koerdische gebieden, de terugkeer van ontheemden naar hun oorspronkelijke steden zoals Afrin en Serekaniye, constitutionele erkenning van Koerdische politieke en culturele rechten, en erkenning van de Koerdische taal als officiële taal naast het Arabisch.”

Kulbahar pleit voor internationale druk op Turkije, Irak en Iran om een ​​einde te maken aan het beleid van massale repressie. Ze schrijft: “Steun het Koerdische maatschappelijk middenveld, maar militariseer de zaak niet.”

Mensenrechtenkwestie

Aan de internationale organisaties vraagt ze: “Behandel de Koerdische kwestie als een mensenrechtenkwestie, niet als een tijdelijk instrument in de conflicten tussen grootmachten. En laat de Koerden niet in de steek, zoals eerder herhaaldelijk gebeurde.”

Ze besluit haar betoog: “Rojava bewees dat zelfbestuur en samenleven met meerdere culturen mogelijk zijn, zelfs in tijden van oorlog. Nu dreigt dat opnieuw vernietigd te worden. Wat hier gebeurt, gaat niet alleen over Koerden, maar over de toekomst van minderheden en veiligheid in het Midden-Oosten.”

.

 

 


U kunt reageren op dit artikel via een e-mail naar redactie@denijmeegsestadskrant.nl